God

God

                                                               

1. God, de bron en oorsprong van alle creativiteit,

is de Schepper van het leven door zijn majesteit

Een wezen met oneindige intelligentie

creëerde het heelal als zijn eigen inventie

2. Niet door tijd en toevallige combinaties

ontstond het leven in zijn wonderlijke variaties

De theoriën van de oersoep of de grote oerknal

zijn wetenschappelijk nogal dwaas en mal

3. Zoals een schilderij niet uit zichzelf ontstaat

maar een kunstenaar haar kleuren en vorm bepaalt

Zo bestaat er een hoogverheven en kunstig wezen

dat de natuur zijn veelkleurige vormen heeft gegeven

4. Die machtige persoon houdt van al zijn schepselen

en doorgrondt zelfs hun diepste zieleroerselen

Hij bemint ze en kent hun gehele bestaan

als beste vriend wil Hij met hen door het leven gaan

5. Die God heeft zich in de geschiedenis bekendgemaakt

voor wie gelooft heeft Hij nooit hun belang verzaakt

Hij spreekt de mensen aan op hun verantwoordelijkheid

en begeleidt hen naar zijn eeuwige heerlijkheid

6. Een mens stamt echt niet af van chimpansees of andere apen

maar werd door een levende en geniale God geschapen

Kijk toch eens naar een kind dat pas is geboren

en bewonder dat schepsel van tenen tot oren

 7. Ik houd van God ver boven alle dingen

eeuwig wil ik bij Hem zijn en Hem bezingen

Ik leef en floreer door zijn goede genade

Hij is het die mij tot nu toe liefdevol bewaarde

8. Mijn verleden bevat een aantal onbegrijpelijke zaken

die mij een tijd van slag deden raken

Een ernstig signaal bracht mij tot ingrijpende vernieuwing

een tweede jeugd ontstond onder zijn begeleiding

 

1-1-1999 Fokke